“Pak jij de batterijen, die zitten in de blauwe tas.”
Bart loopt naar de tassen die hij samen met Sjors naar het meer heeft gesleept.
Het idee komt van Sjors, de drone is ook van Sjors, maar samen hebben ze gewerkt aan de voorbereidingen. Niemand mocht iets van hun plannen weten. Wat zij gingen doen was niet illegaal, maar het lag nogal gevoelig, het mysterie van het eiland.
Jaren geleden is er iets gebeurd. De oudere inwoners van het dorp weten het, maar niemand wil erover praten. Soms, wanneer er iets teveel is gedronken, laat een enkeling iets los. Iets met een weddenschap, een jongen, sterke stroming, verdwijning, vermissing. Een verhaal zonder duidelijk eind.
Sjors en Bart vissen vaak aan de rand van het meer. Bart staart naar zijn dobber, Sjors staart naar het eiland, en fantaseert hardop. Op een dag zegt Sjors, “We gaan er heen.”
“Wat?”, Bart weet niet wat Sjors bedoelt. “Waar gaan we heen?”
“We gaan naar het eiland”, zegt Sjors vastberaden. Hij moet en zal weten wat er met het eiland is.
“Dat gaat toch niet”, Bart wil niet zeggen dat hij dat hele eiland maar griezelig vindt.
“We gaan niet zelf, we gebruiken de drone die ik voor mijn verjaardag heb gekregen.”
“Maar daar kan jij toch helemaal niet mee vliegen. Bij de eerste vlucht hing die al in de boom.”
“Ik moet gewoon oefenen.”
En dat hebben ze de afgelopen weken gedaan. In plaats van te vissen werd er gevlogen, met de drone. Ze probeerden verschillende apps, verschillende batterijen en heel veel vliegbewegingen. Vandaag zijn ze er klaar voor.
Sjors plaatst de batterijen in de drone, en haalt de power schakelaar om. Daarna start hij de app op zijn tablet. Deze app geeft het mooiste beeld en slaat de gegevens direct op in de cloud.
Met een brede glimlach op zijn gezicht kijkt hij naar Bart.
“We kunnen.”
Bart pakt de drone en plaatst hem op zijn vlakke handen. Sjors brengt de drone op hoogte en stuurt hem richting het eiland. Ondanks de wind blijft de drone goed bestuurbaar. Beide jongens bekijken op het scherm de beelden die de drone doorstuurt.
De drone stuurt beelden van bladeren, heel veel bladeren. Sjors laat de drone eerst langs de randen vliegen en daarna meer naar het midden. Het eiland is dicht begroeid. “Het zijn alleen maar bomen”, zegt Bart. “Ja dat zie ik ook wel”, bromt Sjors teleurgesteld. Net wanneer hij de drone terug wil halen, wordt het patroon van bladeren onderbroken door iets roods. Behendig stuurt Sjors de drone terug naar die plek. Hij laat de drone rondjes vliegen, maar het rood is verdwenen.
“Zag je dat?”. Bart knikt, hij had het ook gezien.
Wanneer Sjors weer naar het scherm kijkt ziet hij nog net hoe iets roods de drone nadert en deze uit de lucht grist. Het beeld wordt zwart.
Met open mond, en ogen als schoteltjes, kijken Sjors en Bart elkaar aan.
Image supplied by