Na de Tweede Wereldoorlog besloten veel Nederlanders te gaan emigreren. Europa, en ook Nederland, had zwaar te lijden gehad onder de oorlog en moest voor een groot deel opnieuw worden opgebouwd. In Nederland was hoge werkeloosheid, woningnood en velen vonden dat er weinig uitzicht was op verbetering. Het was dus niet zo vreemd dat veel mensen erover nadachten hun geluk elders te beproeven en een groot aantal van hen voegden de daad bij het woord. Zo ontstond er een emigratiegolf naar verre landen waarvan men dacht dat de mogelijkheden om er een goede toekomst op te bouwen, onbegrensd waren. Landen als Nieuw Zeeland, Canada, Australië en de Verenigde Staten waren heel erg in trek om dat nieuwe leven te beginnen.
Een kleine groep emigranten vertrok naar Brazilië waar zij gemeenschappen stichtten die vandaag de dag nog steeds bestaan, zoals Carambeí, Arapotí en Castrolanda. De bekendste Nederlandse gemeenschap is Holambra, in de staat São Paulo. Het idee was om er een aantal veebedrijven op te zetten voor de productie van melk en melkproducten maar dat mislukte omdat het vee stierf door allerlei tropische ziekten. De boeren gingen zich toeleggen op landbouw en dan vooral het kweken van planten en bloemen.
Dat werd een groot succes en Holambra is nu een florerende stad met veel bloeiende bedrijven en ook een toeristische attractie. Ieder jaar vindt er de Expoflora plaats, een grote bloemenshow waarmee Holambra zich aan Brazilië en de wereld presenteert.
Om de herinnering aan Nederland levend te houden is er een heuse stellingmolen aan de rand van de stad gebouwd. Ik heb me laten vertellen dat het de grootste windmolen van het Zuid-Amerikaanse continent is.