Vandaag had ik het nodig om mijn zinnen te verzetten. Even de boel de boel laten en er op uit gaan op Skeelers (ook wel bekend als Swielers). En ik rekende op windkracht 1 à 2. Termunterzijl stond op de planning en ik was vergeten de afstand eerst te bekijken. Ergens stond mij bij dat het ongeveer 17 Kilometer van Winschoten vandaan lag. Bleek dat ik er ongeveer 10 naast zat. Mijn heenreis route was toeristisch, bleek 30 Kilometer lang. Terugweg had ik een iets kortere afstand af te leggen van 25. De wind bleek kracht 3 tot 4 en in de polders had ik het er vol in op.
Overmoedig is denk ik het goede woord in deze. Waarom niet eerst een klein rondje, opbouwen, even weer in het ritme komen? Natuurlijk niet, gelijk over de top, in de brandende zon en een klein beetje water mee. Dat water was net buiten Nieuwolda al op. Het luie zweet wilde er vandaag ondertussen wel uit. Met het snot voor de ogen en de tong over de schoenen kwam ik mijzelf meerdere tegen. Even dacht ik terug aan de woorden van 'de Kneet': "De dood of de Gladiolen." Optimistisch was ik aan deze tocht begonnen. En om eerst even het gevoel weer wat te pakken te krijgen besloot ik een kleine omweg te maken in het begin. Daarvoor ging ik eerst een klimmetje maken op de Col du Westerlee. Behoorlijk stijgingspercentage daar op de Veenweg, mijn broer zou het een mooie klim vinden denk ik. En ik lach hardop tijdens de afdaling richting Westerlee als ik terugdenk aan het verhaal over de Hoogste Berg van Groningen, in Sellingen.
Onderweg kom ik hem nota bene twee keer tegen. Een keer in het centrum van Scheemda, maar hij hoort en ziet niets. Helemaal in focus. De tweede keer net buiten Nieuwolda, waar hij vol in de ankers gaat. We praten even kort bij en over onze toertocht van die dag. Hij gaat zijn ronde doen op de Wielrenfiets en ik op Skeelers. Naar Termunterzijl is nog een heel eind. Zijn gemiddelde snelheid is boven de 35 in het uur vermoed ik. Dat van mij ligt op Skeelers iets lager, oké behoorlijk zelfs met deze tegenwind. In Westerlee kreeg ik nog een groen duimpje omhoog van zo'n snelheid melder bord. Op dat moment ging ik 21Kilometer per uur, toch mooi dat deze prestatie gewaardeerd wordt. En ik lach weer hardop om mijn eigen domme grap. Boven de 50 in het uur zal ik echt niet komen. Fijn om even weer te lachen om iets onzinnigs. De moed zit er goed in, nou zo zien te houden.
Terwijl ik dit uittik op mijn slimme telefoon heb ik allemaal kussens strategisch op de bank uitgestald om mijn onderrug wat te ondersteunen. Er waren nogal wat rotwegen onderweg, vooral in de gemeente Oldambt, slecht onderhouden. Dan is het harken geblazen, echt snelheid maken en houden lukt dan niet. Polderwegen lijken zo eindeloos lang. Het vervelendst vind ik de klappen die mijn onderrug zo krijgt. Maar goed, ik moest zonodig zelf, dus 'nait soezn, mor deurbroezn'. Bij de kerktoren van Finsterwolde, het dorp waar ik als kind ben opgegroeid, ga ik even van de skeelers af. Dansen wordt 'm nie, wan mien voetn doen zoo zeer. En mijn hoofd voelt erg warm aan, in gedachten hoor ik iemand zeggen: "Hoe vaak moet ik het nou zeggen dat je je eerst beter in kunt smeren met anti-zonnebrand crème..." Waarna ik dan zo dom ben om heel onnozel te vragen: "Hebben wij die dan?"
Toen ik eindelijk in Termunterzijl aankwam drong het al rap tot mij door dat ik ook nog een terugweg had af te leggen. Maar eerst nog even bij de dijk omhoog. Het was trouwens fantastisch om weer alle terrassen vol te zien zitten met goed gehumeurde mensen. Wat mij verbaasde was dat terwijl mensen lekker hutje mutje dicht op elkaar zaten te genieten de bediening nog met 'kappie' op liep. Zal nog heel even duren denk ik, maar ook die waanzin zal binnenkort vast geschiedenis zijn. Het ruikt overal naar vis, ook wel te verwachten in een vissersdorp natuurlijk, maar het is niet mijn ding. Dus nadat ik de klim naar de dijk gemaakt heb is het tijd om mij aan de terugtocht te wagen.
Een andere weg terug, via Woldendorp, door de polders, richting Finsterwolde. Als ik daar na mijn pauze weer op de Skeelers ga heb ik ergens spijt van deze route. Het wegdek van de Hoofdweg is verschrikkelijk. Wat mij weer wat vrolijk maakt zijn de goedgevulde terrassen, ook hier en geen visgeur. Bij café van der Paard zit het terras ook vol en ik groet de mensen die daar genieten. Als ik er bijna voorbij ben hoor ik hoe een vrouw mijn naam roept, herkend. En ik dacht nog wel dan mijn lange haren en baardje mij vrijwel onherkenbaar hadden gemaakt. Pootje over richting de Klinkerweg, deze loopt wat omlaag en ik heb de wind in de rug. De puf is er eigenlijk al uit en ik heb ook nog een drietal klimmetjes te gaan.
Op de Ekamp kom ik voorbij het laatste ouderlijk huis waar ik gewoond heb voor mijn ouders gingen scheiden. Mijn Opa van Ma's kant heeft het nog gebouwd. Helaas is de woning niet meer in de familie. Mooie plek zo tussen het Reiderwolde natuurgebied en het Oldambtmeer in. Zelf heb ik recent een prachtplek gevonden in Westerlee om een vrijstaande woning te bouwen. Waar vertel ik pas als de eerste steen er ligt. Dat is trouwens nog onderdeel van een dagdroom, eerst de huidige woning maar eens flink opknappen. Twee bruggen over het Oldambtmeer heb ik nog te doen. En dan nog een klim richting de brug over het Winschoterdiep. Het raster voor de fietsers fungeerd als een noodrem voor Skeelers. (Vraag mij maar niet hoe ik daar achter ben gekomen.)
Mijn onderrug vind het wel genoeg geweest als ik richting het centrum van Winschoten ga. En als ik dan vlak bij het politiebureau ben besluit de rest lopende af te leggen. Voor dat geval heb ik altijd schoenen mee in mijn rugzak, waar wonderwel mijn Skeelers in passen. En terwijl ik terug naar plan Zuid loop heb ik visioenen over eten, van alles, veel van niveau 'junkfood' en heel veel soft-ijs na. Toch bedapper ik mij en loop ik de snack gelegenheden voorbij. En dan ben ik eindelijk weer thuis. Nog even douchen, warme harde straal op m'n onderrug en het zit er weer op voor vandaag. Al neem ik denk ik straks nog een Tripel. Beter wel eerst iets eten, het zullen wel tosti's worden, met kaas en currysaus. Helaas niet zo lekker als de Rubbens van Artostiek, maar goed genoeg voor nu.
Ook al ging ik weer eens gelijk voor extreem, het had wel nut. Het helpt mij om te dealen met zaken die bij het bestaan horen. Juist door even mijzelf tegen te komen. Maar ook het genieten tijdens zo'n tocht. Morgen zal mijn lichaam mij wel vertellen wat deze er achteraf van vond, hahaha. Maar dat zien we morgen dan wel weer.
De haven van Termunterzijl
Foto door mij