Natte Bami
Mijn eerste kennismaking met de Indonesische keuken was een voor mij aangenaam verassende. Recent probeerde ik vanuit de herinnering daaraan het gerecht weer te maken. Dat bleek lastiger dan ik in eerste instantie dacht. Kunnen koken hoorde bij mijn opvoeding en later maakte ik van de nood een deugd. Een Nederlandse pot met eten daar heb ik nog weinig mee. Net zoals ik aardappelen bij voorkeur in reepjes uit de frituur wil, zijnde patat zeg maar. Al is dat voor een Vlaming juist weer friet, terwijl patatten voor hen aardappelen zijn. Afijn, ik dwaal weer lekker af en ik wijt dat aan de associatieve werking van het menselijk brein. En dat ik het behouden van mijn focus lastig vind.
Een enorm bord vol met 'Natte Bami' stond daar voor mij op tafel. Want ik fietste immers een heel eind om bij mijn lief te komen en mocht 's avonds ook nog weer terug. Dus kon ik vast wel wat extra energie gebruiken. De bami was van spaghetti, in wezen is het ook een pot tarwe nat. Gelukkig, want van de platte brede bami van de Chinees, daar hield ik niet zo van. Spannend, zou ik het wel lusten? Gelukkig zat er geen vis bij, dat was alvast een pak van m'n hart. Als ik dat in een gezelschap beken dan krijg ik gegarandeerd ook de vraag of ik bepaalde soorten wellicht wel lust. Nee dus, als je mij uit de buurt wilt houden, gewoon vis serveren. Soms ben ik heel erg gemakkelijk in de omgang.
Wat er wel in `Natte Bami' zit is stukjes kipfilet. Eenvoudig gekruid met zout, zwarte peper, ui, gemberpoeder {Maleis: Djahé} en (verse) knoflook. En volgens mij ook ergens nog een druppeltje citroensap. Waarbij ik zelf een snufje palm suiker als smaakversterker gebruik. Die kruiden samenstelling pas ik ook toe bij de grof gesneden Chinese kool die er door gaat. Hoeveel van het een en ander dat weet ik niet, ik doe het op ingeving. En volgens de dame alhier die het Indonesisch eten thuis met de paplepel ingegoten kreeg hoorde er toch ook echt wel Ketjap Manis door. Zij leerde het weer van haar moeder. Maar ik twijfel zelf aan het Ketjap deel, als dan hooguit een theelepeltje vol of zo.
Ook over de wijze van bereiden was er hier thuis wat onenigheid. Dat deed ik namelijk in een grote 5 liter soeppan. Er kwam geen Wadjan of Wok aan te pas. Bovendien bereidde ik ook nog eerst de Chinese kool. Liet het kookvocht er in achter en kookte met nog extra water daar de sliertjes Bami in. Die goot ik volledig af en daardoor verdween juist het genoeglijk smakende gekruide groentevocht. Dat wat juist het 'Natte' deel van de Bami maakt. Dus dat doe ik de volgende keer anders. Even het groentevocht apart bewaren. Om aan het einde weer toe te voegen. De sliertjes Bami kook ik dan wel in gewoon water. Na het afgieten doe ik de sliertjes dan terug in de pan en giet er een beetje olie bij. Even goed roeren, op een laag vuur. Dat geeft net even een andere smaak beleving.
Als ik er kipfilet door zou doen dan zou ik deze eerst roerbakken. Even de pan heet laten worden, dan pas de olie er in en dat goed verhitten. Vooral met kipfilet wil ik graag dat het vocht er in blijft. Door de hete olie gaat de filet gelijkmatig dichtschroeien, waardoor het vocht er beter in blijft zitten. Ook een tip van de lieve Indo moeder die doorgegeven is aan de volgende generatie: als je er steeds meer water bij gaat doen gaat de intense smaak verloren. En poeder kruiden doe je eerst in de palm van je hand. Iets waar ik door eigenzinnigheid al gaande achter kwam dat dit best wel een goede tip is. Als de dop tijdens het kruiden er namelijk af schiet dan is het gerecht ineens wel heel sterk gekruid.
Als alles tot slot in een pan door elkaar geroerbakt is dan komt er nog iets groens door. Een kruid waarvan ik in eerste instantie dacht dat het om peterselie ging. Voor het oog gaf het net even dat beetje extra. De smaak die ik verwachtte was het evenwel niet. En toen ik recent selderie rook drong het ineens tot mij door, dat was het missende deel. Op het laatst er nog even kort door roeren. Dat ga ik de volgende keer dan ook op die wijze doen.
De kipfilet maakte ik apart klaar en deed ik er op mijn bord door. Want mijn wederhelft eet al jaren geen vlees noch vis meer. Voor haar maak ik dan een vega variant klaar. Terwijl juist doordat ook de kipfilet van oorsprong mee geroerbakt werd dat ook nog iets aan de smaak toevoegde. Dus helemaal origineel is het hoe dan ook niet meer. En ik vraag mij af hoe mijn wijlen schoonmoeder de smaak er van zou beleven. Want ik schijn de gerechten wel verhoolandst te hebben als een echte Belanda Toto (dat is geloof ik geen koosnaampje). Een van haar Tjutju {NL: Kleinkinderen} maakt op haar eigen wijze tegenwoordig een Indonesische maaltijdsoep, Soto. Ook weer op de Nederlandse wijze en vegetarisch, bijzonder benieuwd wat dochterlief er van heeft gemaakt. Haar Oma zou het vast geweldig gevonden hebben.
Op het moment dat ik lang geleden een eerste hap zou nemen van de orginele 'Natte Bami' keek ik met verbazing naar de inhoud van mijn eetlepel. Zag ik daar nou echt wat ik meende te zien? Plakjes knoflook en dan niet bepaald op een Zeeuwse wijze zeg maar. Eerlijk gesteld had ik wel even mijn bedenkingen. Zou ik dat wel op die wijze kunnen eten en ook netjes mijn bord leeg maken? Waarna ik vast aangemoedigd zou worden om gerust nog wat te nemen. Immers, ik moest van de Ganzedijk (eind van de wereld, of juist het begin?) nog door de koude avond terug op de fiets naar Winschoten. Zeg dan maar eens nee...
Daar ging de eerste hap naar binnen. En dat vond ik al lastig met alle ogen verwachtingsvol op mij gericht. De oorverdovende stilte in de keuken en ik die zonder bijgeluiden mijn best deed om te kauwen. Gelukkig had ik wel in eerste instantie vriendelijk bedankt voor de Sambal Badjak toevoeging op dat moment. Stel je voor, een eetlepel daarvan en ik hoestende en hikkende met een hoofd als een rooie biet, klotsende oksels en pareltjes zweet op mijn voorhoofd. Later werd ik evenwel een liefhebber van Sambal Badjak. En dochterlief at het als klein hummeltje op een plakje brood, nom nom nom. Het zal wel in haar deels Indo genen zitten.
Eerst even door de plakken knoflook heen kauwen, dat was echt wennen voor mij. Waarna er een fantastische smaak explosie vrij kwam in mijn mond. Zoiets had ik nog nooit eerder geproefd en vol genoegen at ik mijn bord schoon leeg. Daarna nam ik ook gerust nog wat meer, want ik mocht immers nog terug naar huis fietsen over hoge bergen en door diepe dalen. Op de pedalen tegen de intens zware Zuidwesterstorm in. Ja, toen hadden we tenminste nog echt herfstweer en waren er in het gebied hier zowaar nog bergen en dalen.
Of het inderdaad zwaar stormde en of het herfst was dat weet ik eerlijk gesteld niet echt meer. Bergen en dalen waren er in ieder geval niet, hooguit wat kilometers lang vals plat. Nou weet ik in inmiddels wel wat ik vandaag of morgen voor eten ga maken. Eens zien of ik het deze keer wel goed voor elkaar krijg. Al smaakte het de vorige keer ook heerlijk, het was nog niet de 'Natte Bami' zoals ik die mij, noch de jury thuis, dat herinnerde. Maar al doende leert men. En ik hoor alweer het goedbedoelde advies: "Schrijf het dan ook o..hop...", maar dat is helaas bij mij aan Oostindische dovemansoren besteed. Al staat het hele recept er nu natuurlijk wel ergens tussen de regels door in.
Selamat Makan! {NL: Smakelijk eten!}
De eerder nog niet helemaal gelukte 'Natte Bami'.
Foto door mij.