Mijn eerste boot was een plastic opblaasboot van één meter lang met twee aluminium paddels en een onbetrouwbaar plaksetje. Al mijn vriendjes hadden zo’n boot, dus ik ook. Afhankelijk van het milieu waarin je opgroeit blijft die plastic boot je enige boot of wordt je opgewaardeerd tot het gebruik van een heuse zeilboot of een motorboot oftewel watercaravan.
Ik heb tot mijn zestiende in Overschie gewoond, een wijk in Rotterdam.
Toen ik in Overschie opgroeide had niemand daar een boot. De mensen om mij heen hadden een oude fiets of, als ze het heel goed deden, een Opel Kadet. Boten waren voor mensen die golf speelden en niemand in Overschie speelde golf. Mijn vriendjes en ik maakten wel zelf boten van plastic tonnen, touw en piepschuim dat in grote getale te vinden was in de melkfabriek achter onze flat. Langs die melkfabriek liep de Schie, een klein riviertje verbonden met de Nieuwe Maas. Botulisme was de tweede naam voor ‘De Schie’ maar geen enkele ouder maakte zich daar in die tijd druk om.
Als je niet opgroeit met boten, heb je ook niets met boten. Dat werd anders toen ik als zestienjarige leerling elektromonteur ging werken in de haven van Rotterdam. Bij Deutz motoren, aan de Sluisjesdijk in de wijk Charlois. Als leerling mocht ik mee aan boord van allerhande soorten schepen. De snelle scheepjes van de douane tot grote containerschepen. Ik kan mij nog goed herinneren dat er een groot vissersschip aan wal lag met motorpech. Het schip was van volle zee naar ons bedrijf gesleept maar lag nog vol met, inmiddels aan het rotten, vis. Het was veel werk aan boord en vreemd genoeg mocht ik van mijn leermeesters dit keer helemaal alleen deze klus van enkele dagen opknappen. Het woord ‘sterkte’ had mij moeten alarmeren toen ik de loopplank op liep naar het ruim waar de elektrische leidingen moesten worden vervangen. Dagenlang heb ik gestonken naar verrotte vis. De lucht zat in mijn neus, mijn haren, mijn oren, ik raakte het met douchen niet kwijt als ik thuis was. Als ik ’s morgens het schip zag begon ik al te kokhalzen. Ik at ook bijna niet die week en zeker geen vis.
Leuk weetje trouwens over het verschil tussen een boot en een schip. ‘Een boot kan groot zijn maar een schip nooit klein’. Ik hou van dit soort verklaringen.
Na Deutz ging ik in het leger als dienstplichtig soldaat bij de landmacht en daar hebben ze ook niet veel met schepen. Mijn ervaringen met varen, boten en schepen gaat pas verder wanneer ik naar Noorwegen emigreer.
In Noorwegen blijkt iedereen een boot te bezitten. Vaak twee en sommigen zelfs meer. Eén voor het vissen en één om te laten zien dat je rijk bent. Op het eiland Magerøya waar mijn vrouw en ik een klein hotel/restaurant ‘runden’ leerden we een visserman kennen. Hij had een echte Noorse vissersboot, een grote witte baard, een gescheurde Noorse trui en sprak visserslatijn. Kortom, meer vissers en Noors kun je ze niet vinden. Hij viste met netten, stookte zijn eigen alcohol en had een geweer aan boord om af en toe één van zijn eigen schapen te schieten die hij op een eilandje verderop had. Halleluja en we mochten mee op een tochtje over de wilde baren. Het was een ervaring en dat heeft de kiem gelegd voor mijn wens om zelf een dergelijke boot te bezitten. In een later gesprek met deze oer zeebonk bleek hij eigenlijk sociaal werker van beroep en werkte met moeilijk opvoedbare kinderen. De boot met uitmonstering was puur hobby. Niets is wat het lijkt in het leven.
De boot moest er komen en zo vond ik op een dag een geschikte boot via de Noorse ‘Marktplaats’. Een ouderwetse houten boot van 3500 kilo, bestaande uit een houten onderkant en een aluminium opbouw. Aan boord lag een Volvo Penta diesel, er was een slaapruimte in het vooronder, een keuken, enkele zitplaatsen, een stuurwiel met stoel, navigatiesysteem en een achterdek om te vissen. Dit was hem, deze moest ik hebben. Ik zocht contact met de eigenaar en we kwamen een prijs overeen. Hij zou de boot met zijn broer komen brengen omdat ik geen bootje had om mijn nieuwe aankoop op te halen. Op de afgesproken dag zagen we op het eiland twee bootjes aan de kade aanleggen. Na een bak koffie en het tekenen van de overeenkomst vertrokken de gasten met het achterlaten van de sleutels. Ik liep direct naar mijn nieuwe aanwinst maar bedacht me, ik heb geen enkele ervaring in varen.
Mijn vrouw en ik hebben gewacht tot alle gasten van het eiland waren omdat ik niet wilde dat iemand mijn gestuntel zou zien. Nadat de laatste boot was vertrokken spoedden wij ons naar onze boot en startte ik de motor. Een geweldig geluid kwam uit het vooronder en het rook heerlijk naar diesel. Nadat ik tevergeefs naar de richtingaanwijzer had gezocht liep ik tevreden naar het achterdek om aan mijn vrouw te verklaren dat ‘we zo ook wel vanaf het achterdek konden vissen’. Mijn vrouw zei ‘dat ik een boot had gekocht en we dus ook gingen varen’ waarop ik begreep dat ik er niet onderuit kwam, we moesten het proberen. Dat was een hachelijk avontuur, die eerste dertig minuten. Stroming, wind, draairichting schoepen, motor, alles werkt zoveel anders dan een auto op de weg. Ik miste gewoon de ervaring. Na het aanroepen van onze lieve Heer in negatieve bewoordingen was het mij dan toch gelukt om te vertrekken van de kade. Ik wist niet dat mijn vrouw zoveel scheldwoorden van mijn zijde in haar richting kon hebben, zonder een scheiding te overwegen. Maar het was gelukt. We voeren een rondje, en nog één en nog één. Alles beter dan te erkennen dat er een moment komt dat je 3,5 ton aan hout, diesel en aluminium weer terug moet parkeren aan de kade. Mijn mond was droog als kurk en mijn handen waren nat van het zweet. De eerste vijf pogingen waren naar de plaats aan de kade waar ik vertrokken was. Stroomopwaarts en zijdelings. Dit bleek door mijn onervarenheid een onmogelijke opgave. Dan maar stroomafwaarts aan de andere zijde van de kade en dit lukte. Een slechte plaats natuurlijk omdat de boot tegen de kade aan blijft schuren maar hé, we leven nog.
Het heeft enige weken geduurd voor ik inzicht kreeg in de krachten en bewegingen die met een boot op volle zee gepaard gaan maar ik kreeg het werkelijk onder de knie. Ik begon het zelfs een uitdaging te vinden om onder moeilijke omstandigheden uit te varen of om aan wal te komen. Ik vervoerde veel klanten van en naar ons eiland en de grootste beloning was het moment dat een mevrouw tegen mij zei dat ‘ze onder de indruk was van mijn kwaliteiten als schipper’. Toen wist ik, ik heb het onder de knie. Omdat we gestopt zijn met het eiland heb ik de boot met hartzeer moeten verkopen maar eens…koop ik weer een nieuwe.