GROEIBRILJANT
Terug van het vele, massale de wagen
Zwak zijn vermogen het bot te vervagen
Koppen en spijkers, genietbaar de regen
Hak op de tak, god schijnbaar zijn wegen
Iedereen denkbaar een voorstel te doen
Kind in mijn armen, poep aan mijn schoen
Geduldig niet erg, mijn gretigheid arm
Slakken op zout, kadaver wordt warm
Vlinders in darmen genegen tot paren
Breng binnen het goud, de mirre, de mare
Voor alles een doel dat het eindigt vandaag
Twee op de bank, ik weet wat ik vraag
Zwart is de roos, geblakerd de zon
Gekneveld mijn droom, waarmee het begon
Nog eenmaal de kans, ontsluit ze in stijl
Aan het zuur van de lucht, in een vlucht allerijl
In alles het landschap, ons weiland ligt braak
De draad door het staal, mijn hart op een staak
Gewillig mijn oor, drift op de tocht
Om wat jij me vertelt, vergeefs wat ik zocht
Tunnel, een wagen, het licht van de dag
Kleur schot in de zaak, maak leven een slag
Kom binnen mijn vriend, mijn vrouw, minnares
Verwarm mijn blik, leer mijn liefde een les
Zo komt hij weer om, van Zuid Laren en terug
De man met de pijn en een beer op de brug
Zijn hart op een kier, in zijn bloed stroomt azijn
Met een vlam in zijn hoofd, een eeuwigheid klein