Het was op TV, mijn zoon en zijn vrienden die gegijzeld werden in hun drie hoog achter op Rotterdam Zuid, door wat kansenparels zonder stageplek. Ik was later nog met mijn zoon in die donkere lege woning. Er stond nog een eenzame golfclub en in mijn verbeelding stapte ik op moment suprême binnen, pakte de golfclub, en spleet diverse hoofden van kereltjes die op dat moment niet, maar ook nooit in de toekomst, gingen deugen. Het zou echt gebeuren want ik ben altijd lief voor alles wat leeft maar bij de juiste ingrediënten kan ik zomaar in de krant komen als de slager van Rotterdam Zuid. Just don’t push me.
Ik heb één rechtszaak gevolgd. Omdat we volgens de rechtbank als nette oppassende Nederlanders risico op vergelding liepen, moesten we de auto een parkeergarage inrijden, net buiten de rechtbank. Via die parkeergarage kwam je via een tunnel binnen de rechtbank. Ik liet mijn golfclub maar achter in de auto want we moesten door detectiepoortjes om binnen te geraken. In de rechtbank werden we opgevangen door een vrijwilliger die benadeelden bijstaat. Een lieve man die geheel belangeloos de ellende van slachtoffers aanhoort en vertelt hoe één en ander tijdens een zitting zal verlopen. Is toch raar dat dit door een vrijwilliger wordt gedaan? De verdachte heeft namelijk ook een betaalde advocaat. Door u betaald overigens maar dat wist u al.
Voor de zitting aanvang nam liepen we naar beneden om de rechtszaal te betreden. Er stond een cordon Antillianen voor de rechtszaal om ons te verwelkomen met de woorden ‘hoer’, ‘tsst’, en ‘hey’. Een, naar mijn idee, Antilliaanse bode met formaat kleerkast, sprak de taal van dit tuig en hield ze in bedwang. Ik overdrijf hier niet hé! Nadat wij rechts op de stoeltjes gingen zitten werden de drie verdachten binnengebracht. Tussen die verdachten stonden twee oppassers omdat de drie heren onderling een fitty hadden. Inmiddels was het linkergedeelte van de bezoekerstribune gevuld met Antillianen. Ik verbaasde me over het feit dat zoveel werkgevers bereid bleken te zijn om iedereen op de bezoekerstribune een verlofdag te gunnen.
Tijdens de rechtszaak moest de rechter, een mevrouw waarvan ik het vermoeden heb dat zij die ene rechter is die geen lid is van D66, meerdere malen het A vak tot de orde roepen wegens banaal gedrag. Luidkeels verdachten aanmoedigen is nu eenmaal niet gebruikelijk in de Nederlandse rechtszaal. Tenminste, toen nog niet. Wanneer er een pauze was stond ik op om het gangpad tussen de linker- en rechterzijde te beveiligen. Evenals de vader van het andere slachtoffer, een politieagent uit Rotterdam zuid waar ik veel contact mee had. Was dat nodig? Geen idee. Het was de constante intimidatie vanuit het Antilliaanse vak wat ons alert maakte. Eén van die schreeuwers stond naast mij, voor het security poortje, na een schorsing. Hij was lief en beleefd, want hij was alleen.
Ik weet niet precies meer wat de eis was maar het was, omdat de daders nog wat zaken op hun kerfstok hadden, iets van tien jaar. Dikke tranen uit het Antilliaanse vak. Wat een onrecht. Mijn vertrouwen in het rechtssysteem was niet geschaad met deze eis. Ik weet niet meer wat uiteindelijk de definitieve uitspraak was. Er verstrijkt nogal wat tijd tussen eis en uitspraak en ik sta er natuurlijk een stuk verder vanaf dan mijn zoon, die ook weer zijn normale leven heeft opgepakt.
Samen met mijn kennis de politieagent hebben we mijn zoon, zijn zoon en hun andere huurder verhuisd naar een mooi pand in Rotterdam. Tot die tijd mocht mijn zoon een kamer gebruiken bij iemand die hij via zijn werk kent, een Antilliaanse boekhouder. Aardige vent en mijn vrouw en ik zijn bij hem op bezoek geweest. Je leert veel in het leven.