Dit was het dan. Lenny had eindelijk bijna alle bruggen achter zich verbrand. Het had veel tijd gekost. En erg veel benzine. Nu stond hij op het punt om de Verbeeksepoortindegrachtbrug over te steken, zodat ook deze brug verbrand kon worden. Op punten staan is echter niet zo vanzelfsprekend. Het vereist een behoorlijke portie evenwicht.
“Kom toch eens van dat punt af!” riep Lena. Lenny had Lena ontmoet in een café tijdens een nachtje uit. Lenny was aan het genieten van heerlijke martini toen hij zijn oog liet vallen op de prachtige jongedame met golvend bruin haar en blauwe ogen. Lenny verontschuldigde zich, raapte zijn oog van haar schouder en besloot na deze onhandige eerste kennismaking meteen het ijs te breken. Vastberaden nam hij de ijsklontjes uit zijn drankje en gooide ze op de grond, net op het moment dat Lena naar de bar wou stappen. Lena gleed uit en viel voor Lenny.
“Pas op Lenny! Straks val je nog!”
Lenny nam de uitgestrekte hand van Lena vast en stapte van het punt af. Nu was het nog de kwestie om over de brug komen. Niet zo’n moeilijke opgave zou je denken. Maar dat was buiten poortwachter Karel gerekend.
Karel is al vijfentwintig jaar poortwachter van Verbeeksepoortindegracht. Hij neemt zijn job zeer serieus. Elke ochtend om 8 uur stipt is Karel op post om zijn belangrijke dagtaak van het poortwachten aan te vatten. Hij wacht op een poort tot ongeveer twaalf uur ’s middags en dan pauzeert hij met koekjes en koffie in het poortwachtershuisje. Om één uur ’s middags gaat hij verder met wachten tot ongeveer zes uur ’s avonds. Als er tegen dan nog geen poort arriveerde, gaat Karel naar huis. Karel heeft het edele beroep van het poortwachten van Hendrik geleerd die het op zijn beurt geleerd had van Johan, een ervaren poortwachter die ooit nog op de Menenpoort gewacht heeft. Jarenlang wachtte Johan tot de Britten de Menenpoort af hadden. Toen de poort er dan uiteindelijk was, kon hij op pensioen.
“Je mag niet zomaar over deze brug wandelen!” riep Karel. Lenny en Lena wierpen een blik op het poortwachtershuisje waar de roep vandaan kwam. “En stop met sluikstorten! Blikjes moet je in de vuilbak gooien!!” Karel was duidelijk met het verkeerde been uit bed gestapt. Kan de beste overkomen. Het is ook niet simpel om ’s ochtends te weten welk been nu het juiste been is om mee op te staan. Lena heeft er een theorie over. Volgens haar hangt het af van het been waarmee je de avond voordien in bed gestapt bent. Lenny heeft daar zijn twijfels over, maar sinds hij die raad opvolgt, heeft hij minder vaak last van een ochtendhumeur.
“Waarom mogen we niet over deze brug wandelen?” vroeg Lena vriendelijk. “Omdat dit een brug te ver is!” antwoordde Karel zelfverzekerd. Teleurgesteld keerden Lenny en Lena terug naar het dorp. “Misschien moeten we die brug in Brugge proberen? Die is veel dichterbij!” opperde Lena.
Dit is mijn inzending voor de Writing Wednesday wedstrijd georganiseerd door . Het is meteen ook de eerste aflevering van de nieuwe Nederlandstalige fictiereeks 'Letterlijke Lenny'.