Vakantie! Op naar Spanje, om wat specifieker te zijn: naar Cadaqués in het noordoosten aan de Costa Blanca. Slechts 250 km rijden bij ons vandaan, dus binnen drie uurtjes waren we op onze bestemming aangekomen. Een aardig tochtje, langs de Pyreneeën waarop nog flink wat sneeuw lag en het laatste stukje van de snelweg af een mooie bergpas over waarna de baai met Cadaqués verschijnt.
Cadaqués is een lieflijk dorpje in een baai, met allemaal witte huizen en heel smalle straatjes, zeer fotogeniek.
Tijdens onze aankomst stond er al een stevige wind, zo'n windkracht 9. Nou: dat kon nog harder! We zaten een apéro te drinken bij Bar Maritiem, toen ieders telefoon begon te piepen: een burgeralert was verstuurd. Zondag werd windkracht 11 voorspeld en iedereen werd aangeraden zoveel mogelijk thuis te blijven en alleen op pad te gaan als het strikt noodzakelijk is.
Tja, en is nou op vakantie alles noodzakelijk of juist niets? We hadden het plan om zondag naar het museum van Salvador Dalí in Figueres te gaan. Het museum wordt altijd druk bezocht en je moet vooraf kaartjes kopen met een tijdslot voor de entree.
Tijdens het diner, wat we in een van de honderd (!!) restaurantjes in het dorpje nuttigden, besloten we om maar geen risico te nemen en maandag naar dat museum te gaan.
Fotogeniek
Zondag hebben we voorzichtig geprobeerd door het dorp te wandelen en hebben we ons maar toegelegd op foto's nemen. Overal opletten, want er kan zomaar wat door de lucht vliegen! Het was niet mis, die wind, en eigenlijk ook helemaal niet aangenaam. Ondanks dat de zon scheen, voelde het wel koud, dus truien en windjack aan. Een impressie van onze foto's:
's-Avonds lieten we ons het spaanse eten (o.a. sangria en paella) goed smaken en we liepen wederom in de straffe wind langs de baai terug naar ons hotel. Zelfs bij avondlicht is het dorpje fraai.
Theatre - Musée Salvador Dalí - Figueres
Maandag gingen we - in de herkansing - naar Figueres, een stadje zo'n twintig kilometer verderop, om daar het theater/museum van Salvador Dalí te bezoeken. We liepen naar de kassa om aan te geven dat we de dag ervoor niet waren gekomen vanwege de windwaarschuwingen en op vertoon van het ticket van de dag ervoor en het ticket van die dag, kregen we meteen het geld terug gestort. Prima service van het museum!
De Spaanse surrealistische schilder Salvador Dalí is geboren in Figueres en daar spint het stadje nu garen bij. Tijdens zijn leven is hij al gestart met het maken van zijn eigen museum, in het theater van Figueres dat tijdens de Spaanse burgeroorlog in 1938 gebombardeerd is geweest. Het stadje zelf is nauwelijks het bezoek waard, maar heeft grote aanloop van toeristen vanwege dat museum. Aan de buitenkant is het museum al een echt theaterstuk... met vele eieren op het dak, een grote glazen koepel in de vorm van een grote bol en vele gouden beelden. De muren zijn met vele 'drolletjes' versierd, we hebben niet kunnen achterhalen of het nou echt drolletjes zijn of toch een vervormde croissant...
Met hoge verwachtingen liepen we naar binnen om zijn surrealistische werk te bewonderen. Helaas viel eigenlijk alles wat tegen. De grote zaal met de dome is wel spectaculair, mede door het enorm grote doek wat daar hangt. Er hangen weinig van zijn echt beroemde werken, er werd nergens uitleg bij gegeven en ook een audiotour was niet beschikbaar. Je moet zijn gedachtengang er dus maar zelf bij bedenken: en dat is best lastig als je niet heel surrealistisch bent aangelegd.
Om eerlijk te zijn vond ik bovenstaand werkje van hem van 'ons' dorpje Cadaqués nog een van de mooiere schilderijtjes, hij maakte dit toen hij twintig was, dus een vroeg werk. In onderstaand werk duidelijk invloeden van het pointillisme, ook een redelijk vroeg werk.
Je ziet wel duidelijk zijn zoektocht in zijn schilderwerk, waarbij hij het impressionisme, het kubisme en het expressionisme aanraakt voordat hij bij zijn surrealistische werken beland.
In het museum ook een fotoreportage van de bouw van het museum, waarbij ik deze foto wel grappig vond:
Hoe bouwvakkers de koepel hebben gemaakt, lang voor de arbeidsomstandigheden wet.. Nou goed, het museum kan ook weer van ons (lees mijn) lijstje af...
Portlligat
Op de dag van ons vertrek uit Cadaqués hadden we nog een bezoek gepland aan het woonhuis van Dalí in Portlligat, een dorpje dat naast Cadaqués ligt. We liepen twee kilometer er naartoe, tegen de nog steeds straffe wind in. Zoals je op bovenstaande foto ziet, ligt het vlak aan het water tegen de berg opgebouwd. Ieder raam waardoor je kijkt heeft een mooi uitzicht en is al een schilderij op zichzelf. In kleine groepjes wordt je door het huis begeleid, hier kregen we gelukkig wel uitleg bij alle ruimtes. Heel veel kruip-door-sluip-door gangetjes, om het best wel een beetje benauwd van te krijgen.
Nadat je alle kamers in het huis gezien had, mocht je de tuin in. Die bestond uit vele 'ruimtes' tussen de rotsen in gemaakt: een beschutte ruimte, een grote open ruimte, een zwembad, alles was er. Wederom met fraai uitzicht op de baai van Portlligat. Echter: het waaide nog steeds keihard met 10 bf, dus echt lekker was het niet om zo in de wind de tuin te bekijken.
Na het bezoek wandelden we terug naar Cadaqués en zochten onze auto op voor vertrek naar onze tweede bestemming van deze vakantie.
Millas
We belanden niet geheel toevallig in het dorpje Millas, dat vond ik wel een grappige naam voor een dorpje. Het ligt aan de voet van de Pyreneen en we zagen dus ook op de achtergrond de bergen met besneeuwde toppen. We logeerden in een Chambre d'hôtes die in een oud stationsgebouw was gevestigd. Leuke plek met aardige gastvrouw. Naast de twee slaapkamers was er ook een woonkamer met open haard, platenspeler, spelletjes en veel leesvoer. Heel fijn om die open haard te hebben, want in deze streek waaide de Tramontana ook nog steeds hard. Nadat we bij een aanbevolen slager/traiteur eten waren gaan halen voor de avond, hebben we ons rondom de open haard gevleid met een lekker glas wijn.
Forza Real en les Orges d'Ille-sur-têt
We sliepen lekker in de kamer waar je de wind het minste hoorde. Celine, de gastvrouw had een lekker petit déjeuner gemaakt. Ze vond dat wij de eerste Nederlanders bij haar waren die behoorlijk Frans spraken, dus we kregen flink wat uitleg over de streek. Ik had één bezienswaardigheid waarvoor we naar deze streek waren gekomen: les Orges d'ille sur têt, een mooi stuk gebergte. Celine vertelde ons dat het maar een uurtje duurt om dat te bezichtigen, en we hadden de hele dag. Met haar tips hebben we een tripje gedaan, we gingen eerst naar het uitzichtpunt Forza Real, zie foto hierboven. Je ziet dat het redelijk bewolkt was EN NOG STEEDS VEEL WIND.... Op zo'n 360 graden uitzichtpunt merk je dat dus ook goed. Kragen omhoog, mutsen op: brrr het was flink koud. We constateerden dat je hier waarschijnlijk prachtige wandelingen kan maken, alleen nu niet vanwege de wind.
We reden door naar de Orges d'ille sur têt: dat is een stuk gebergte waarin water voor bijzondere slijtage heeft gezorgd. Het is net alsof je door een heel groot kerkorgel loopt.
Indrukwekkend om te zien, maar nog steeds guur, koud en winderig. Dus gauw weer naar ons busje toe om uit de wind te kunnen zitten.
Eus et Villefranche de Conflent
We reden verder naar het dorpje Eus (spreek uit: ee-joes), een prachtig dorpje wat op een bergpunt is gebouwd. In deze blog kan je wat lezen over het fraaie dorpje. De foto hierboven hebben we niet zelfgemaakt, we wilden graag in het busje blijven zitten, lekker warm. Het was leuk even in dit pittoreske dorpje rond te lopen en we hadden geluk: het restaurantje waar we wilden lunchen was deze dag (1 april) voor de eerste keer na de wintersluiting weer open. Ze hadden een groot terras met uitzicht, maar daar zat natuurlijk niemand vanwege de wind. Binnen was het net een Oostenrijkse stube, gezellig druk en we hebben er heerlijk gegeten.
Daarna tocht vervolgd naar de volgende tip van Celine: het dorpje Villefranche de Conflent. Het blijkt een vestingstad te zijn, waar we snel doorheen zijn gelopen, want het is nog steeds niet aangenaam. Ook is nagenoeg alles in het dorp nog dicht en is er daardoor weinig te beleven. Des te leuker om achteraf in deze blog iets meer te lezen over het stadje.
We begonnen steeds meer een lange sik te krijgen van het weer, mede omdat het in deze streek nog flink wat kouder was dan in Spanje (12 graden met gevoelstemperatuur door de wind circa 5 graden). We vervolgenden onze tocht in ons busje richting Andorra en kwamen zelfs in de sneeuw terecht. Voor de gein keek ik naar het weerbericht in Sintipo: 18 graden, volop zon en 'slechts' windkracht 5. We keken elkaar aan en zeiden: kom, we gaan daar op vakantie! En zo besloten we om de volgende dag al naar huis te vertrekken. De continue wind maakt je een soort murw en onrustig, niet echt het gevoel wat je op vakantie wil hebben. Na een week hadden we er genoeg van. Gelukkig begreep Celine dat ook en wilde absoluut niet dat we gewoon voor alle geboekte nachten zouden betalen. Wellicht gaan we een keer terug om mooie wandelingen te gaan maken.
Zo vertrokken we na het ontbijt richting Sintipo en twee en een half uur later waren we met de lunch weer thuis. Heerlijk zonnig, de warmte straalde je tegemoet. We moesten er best wel om lachen, dat we zo blij waren om weer thuis te zijn. En nee, we waren niet heel 'deçus' (teleurgesteld), zo gaat het soms in het leven. Het enige voordeel van deze vakantie was dat het best dichtbij was, en dat we niet al te veel 'verloren' kilometers hadden gemaakt. Trouwens, het in Spanje zijn had nog wel een voordeel: we hebben daar nog kunnen tanken voor 1,63 euro per liter diesel...! Zelfs in Sintipo zit de diesel al tegen de 2 euro per liter aan, dus dat was een mooi voordeeltje.
Nu genieten we van de tuin waar de sering volop in bloei staat met een hoop gezoem van bijen eromheen, het verhuizen van de meubels naar de logeerkamer, lekker uit eten met de buren, mooie wandeling naar een eeuwen oude vestigingsplaats met 24 graden, zon en klein beetje wind.... wat wil een mens nog meer?